Pedagogisch-didactische handenbinders

Publicatiedatum

12 mei 2016

Business Unit

DPA Sociale Zekerheid

Sommige kinderen vragen bovengemiddeld veel van hun omgeving. Ze ‘gijzelen’ de aandacht, energie en tijd van de ouders en mede-opvoeders zoals leerkrachten. Meestal hebben ze een diagnose zoals ADHD, PDD-NOS, autistisch, ZMOK, ernstig dyslectisch of hoogbegaafd. Afijn, je kent ze wel. Ik noem deze kinderen pedagogisch-didactische handenbinders ofwel PDHB’ers.

PDHB’ers hebben één ding gemeen: ze stellen andere opvoedings-, onderwijs- en ondersteuningsvragen aan hun omgeving. Het omgaan met die vragen gaat niet vanzelf. En nooit zonder slag of stoot. Net zoals ieder ander kind beschikt elke PDHB’er over eigen talenten. Het vereist goede pedagogische en didactische kwaliteiten om deze tot bloei te laten komen. Als voedingsbasis is een opbouwende, stimulerende omgeving nodig. Die betreft niet alleen het gezin, maar ook de school, kinderopvang, buitenschoolse opvang, sportvereniging en bijvoorbeeld het buurtwerk.

Leren is beter dan afleren

Als opvoeder of leerkracht hebben we de vaak neiging om ongewenst gedrag van kinderen te willen veranderen. We proberen hen te dwingen ermee te stoppen of het hen af te leren. Maar vooral voor PDHB’ers geldt dat leren beter werkt dan afleren, en stimuleren beter dan verbieden. Door zelf te leren, bereikt het kind op een positieve manier het doel. Zo vermindert het ongewenste gedrag automatisch.

Het ‘omdenken’ van problematisch gedrag naar de filosofie van Berthold Gunster is populair en werkt. Omdenken is denken in termen van kansen en niet van problemen. Kijken naar de werkelijkheid zoals die is, en wat je daarmee zou kunnen. Dit op basis van persoonskenmerken die veel PDHB’ers van nature al bezitten. Het overzicht van de positieve eigenschappen van ‘probleemkinderen’ onderaan deze blog kan hier wellicht bij helpen.

Iedereen heeft een rol

In de wereld van de O’s (opvoeding, ontwikkeling, onderwijs, opvang en ontspanning) heeft iedere partij haar eigen kijk op het probleem en de oplossing. Kan het zijn dat de opvoeder zelf een deel is van het probleem en dus van de oplossing? Goed samenspel tussen de opvoeders is van groot belang, zeker bij PDHB’ers. Maar in de meeste gevallen is de samenwerking verre van optimaal. Het ontbreekt veelal aan een gedeelde visie op de ontwikkeling van deze speciale kinderen en jongeren en de gewenste bijdrage van de opvoeders. Dit vraagt om een script waarin de doelen en rollen worden benoemd en beschreven. Samengevat: één kind, één gezin, één plan en één centraal aanspreekpunt. Zo voorkom je dat de individuele opvoeder vanuit zijn of haar perspectief en comfortzone een ‘eigen’ plan trekt voor de ontwikkeling van het kind.

“Vooral voor PDHB’ers geldt dat leren beter werkt dan afleren, en stimuleren beter dan verbieden. Door zelf te leren, bereikt het kind op een positieve manier het doel.”
Siep Stramrood - interim professional bij DPA Sociale Zekerheid

Positief jeugdbeleid

Positief jeugdbeleid gaat hand in hand met passend onderwijs. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) omschrijft deze visie als volgt: “Positief jeugdbeleid gaat ervan uit dat elk kind talenten heeft en ieder kind meedoet. Ook betekent het dat kinderen leren om verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en hun omgeving. Investeren in een positieve opvoeding, succesvolle schoolloopbaan en brede ontwikkeling van kinderen en jongeren is het fundament voor welzijn, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap.” De motor voor de ontwikkeling van kinderen wordt in eerste instantie niet gezocht bij de problemen van het kind (wat is mis met je?), maar bij aansluiting op de mogelijkheden en talenten (wat zit goed bij je?).

Succes vraagt om samenwerking

Een van de pijlers van passend onderwijs is het opheffen van de scheiding tussen speciaal en gewoon onderwijs. Zodat bijzondere leerlingen kunnen kiezen voor ondersteuning op een reguliere school, met maatwerkonderwijs als ideaal aan de horizon. Dit geldt evenzeer voor PDHB’ers. Goede ondersteuning vergt samenwerking tussen opvoeders. Dat is pas écht positief jeugdbeleid. Dit beleid wordt succesvol als de bij de opvoeding en ontwikkeling van een PDHB’er betrokken professionals hun activiteiten integraal verbinden. Bijvoorbeeld via een onderwijsondersteuningsarrangement.

De positieve tien

Het NJI benoemt tien beschermende factoren die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Zij kunnen als kapstok dienen bij de ontwikkeling van een visie en het opstellen van een samenhangend gezinsplan of onderwijszorgarrangement. “We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them”, stelde Einstein terecht. Groei van het kind begint bij een frisse kijk van de opvoeders. Benader de ontwikkelingskansen positief. Niet als probleem, maar als leerzame uitdaging. Als het ons lukt om positief jeugdbeleid en passend onderwijs samenhangend vorm en inhoud te geven, ziet de toekomst van veel PDHB’ers er een stuk positiever uit.

Positieve kenmerken van verschillende PDHB’ers

  Dyslexie ADHD Hoogbegaafd Autisme
Creatief Creatief Creatief Creatief
Ruimtelijk inzicht Spontaan Intelligent Oog voor detail
Technisch inzicht Empathisch Taalkundig Eerlijk
Fotografisch geheugen Sterke intuïtie Gevoel voor humor Realistisch
Filmisch geheugen Plezier hebben en gevoel voor humor Gemotiveerd Objectief
Snel in redeneren Goed in het vinden van nieuwe oplossingen Eigenwijs Perfectionistisch
Complexe situaties in een opslag overzien Goed in crisissituaties Artistiek Analytisch denken
Goed kunnen organiseren Niet lang boos Muzikaal Concreet zijn
Goed kunnen tekenen Energiek Veel kennis Leven volgens regels
Fantasierijk Open Goed organiseren Deductief
Beelddenken Gedreven en enthousiast Goed concentreren Berekenend
Eerlijk Inventief in het vinden van verklaringen Gericht op feiten

Tot slot

Wellicht was je al overtuigd van het belang van een goede verbinding van positief jeugdbeleid met passend onderwijs. Ook dan ben ik erg benieuwd naar jouw mening en ervaringen. Hoe zie jij de samenwerking tussen de bij de opvoeding en ontwikkeling van PDHB’ers betrokken professionals? Wat werkt voor jou? Laat je reactie achter onderaan deze pagina.

Delen

Eerdere reactie(s)

  1. Andrea schreef:

    Behoeften en belangen achter de gezamenlijke doelstelling in kaart brengen vind ik belangrijk. Doelstelling lijken soms hetzelfde maar de visie van waar uit men die nastreeft geeft soms ruis. In deze snelle tijd is bezinning vaak essentieel. Er wordt niet altijd voldoende tijd voor gemaakt.

  2. Brigitte schreef:

    Wat fijn om deze gedachte nu zo duidelijk en helder verwoord te zien. Ik ga dit zeker meenemen in de invulling van mijn werk als begeleider passend onderwijs !

  3. Karin van Hirtum schreef:

    Naar mijn idee is er ook heel veel winst te behalen in het bijscholen van leerkrachten. Meer kennis over ADHD, ADD, autisme en dergelijke zorgt ook voor meer begrip en inzicht in het leren van kinderen en dus in hun mogelijkheden. En misschien dat er dan niet meer gesproken hoeft te worden over handenbinders. Ze hebben al een etiket, laten we er niet nog meer op plakken…

  4. Siep Stramrood Siep Stramrood schreef:

    Allereerst mijn dank voor jullie opmerkingen op mijn blog

    @Andrea
    Ik denk dat je – bij bijvoorbeeld een zorgoverleg – voordat je doelen kiest en formuleert eerst een gezamenlijke visie moet hebben op ‘dit kind in deze situatie (en dat is vaak meer dan binnen de hekken van de school)’. Op basis daarvan kan je dan passende doelen formuleren en passende interventies plannen. En dat vraagt om tijd, ik ben het dus helemaal eens met je opmerking over voldoende tijd. Soms moet je dan ook provoceren: Zonder kwalitijd geen kwaliteit!

    @ Brigitte
    Neem je dan ook de positieve 10 van beschermende factoren in je werk mee? Ik ben benieuwd naar je ervaringen daarmee in jouw werkomgeving.

    @ Karin
    Met de term PDHB wil ik er niet een aan toevoegen maar wil ik eigenlijk toe naar een demedicalisering van de vele labels zoals je die noemt. Keep it short and simple (KISS), het zijn eigenlijk vooral kinderen.

    Ik heb het label ‘handenbinder’ gekozen in aansluiting op het gevoel dat veel docenten en ouders ervaren in het werken en de omgang met deze kinderen. Wil je daar wat aan doen dan moeten docenten tijd krijgen om beter in te kunnen spelen op de PDHB-ers in de klas en op hun school. Ik ben dan ook erg blij met de door een meerderheid in de kamer gesteunde motie van D66 om docenten in het VO 20 in plaats van de huidige 25 tot 28 lesuren. Ik ben benieuwd met welke reactie staatssecretaris Sander Dekker komt. En vooral of, hoe en wanneer het werkelijkheid zal zijn geworden.

    Met vriendelijke groet,

    Siep Stramrood

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

  • *