Yes! Ik ben boventallig!

Blog 06 mei 2015 5 min. lezen
blog_header_7.png

Wat doe je als je boventallig raakt? Vechten of vluchten? Of zie je dit als kans en neem je het heft in eigen hand? Esther Douma gaat hierover in gesprek met Richard Kuper.

Veel Rabobanken gaan fuseren of zijn al gefuseerd. Dat betekent dat functies veranderen, afdelingen veranderen en afscheid genomen moet worden van goede medewerkers. Mensen kunnen het stempel ‘boventallig’ krijgen. En dan? Je kunt het ervaren als een afwijzing en je gekwetst en slachtoffer van de situatie voelen. Er lijken twee keuzes te zijn: vechten of vluchten. Vechten door er niet aan toe te geven, boos te zijn en het systeem aan te vallen. Dit kan resulteren in een heel moeilijk proces, voor de medewerker en voor de bank. Of vluchten, door je kop in het zand te steken, lamgeslagen te zijn en de situatie over je heen te laten komen. Maar er is een alternatief! Kijk naar Richard Kuper: hij heeft tot twee keer toe zijn boventallige status als kans gezien en het heft in eigen hand genomen. Maar hoe doe je dat, vraag ik me af. Richard vertelt me graag zijn verhaal.

In 2002 start hij bij de lokale bank als assistent bedrijvenadviseur. Hij maakt vrij snel de switch naar het particuliere segment, want hij is geboeid door hypotheken en assurantiën. Als hij de kans krijgt binnen de bank te pionieren als tussenpersoon met een nieuw concept is hij direct enthousiast. Tot nieuwe regelgeving en een fusie roet in het eten gooit. Dus gaat hij op zoek naar een nieuwe rol. Hij solliciteert op een teamleidersfunctie binnen de fusiebank, maar wordt niet gekozen omdat andere collega’s hier meer ervaring in hebben. Richard gaat niet bij de pakken neerzitten en stelt voor zijn FFP te gaan doen. Die haalt hij vlot en als hij aangeeft bij Private Banking aan de slag te willen kan dat. Maar ook dit is van korte duur.

Terwijl ik hier met Richard over spreek, komt er geen negatief woord aan te pas. Maar als ik hem later vraag naar zijn gevoelens toen hij dit hoorde, kan hij deze nog wel terughalen. Hij baalde erg van het nieuws, maar dat duurde niet lang. Het gevoel dat er altijd meer is, en dus ook meer kansen zijn, overheerste ook toen al. Hij neemt het heft in eigen hand en kan bij een andere lokale bank gedetacheerd worden. In twee detacheringsklussen doet hij mooie nieuwe ervaringen op. Dan is er weer die kriebel om zich verder te ontwikkelen. Meer doen met advies en leidinggeven is zijn ambitie, maar hier moet hij een vervolgstudie voor doen. Dus gaat hij naast zijn werk aan de slag voor een Master of Science.

Met de komst van Visie 2016 weet het team waar Richard in werkt dat er mensen weg moeten. Maar die last dragen ze met elkaar en dat maakt het makkelijker. En dan komt het bericht dat Richard boventallig wordt. Als hij om zich heen kijkt op de afdeling, beseft hij zich dat hij blij is dat hij degene is die het slechte nieuws krijgt. Hij heeft voldoende perspectief en kan vrije tijd eigenlijk goed gebruiken voor zijn scriptie! Vanaf het moment dat hij wist dat het voor hem ophield, wilde hij zich ook op iets anders richten. Hij moet zich nuttig voelen, mensen kunnen helpen. Hij studeert af en neemt de tijd om te ontdekken wat hij nog wil bereiken. De thema’s financiële planning en coaching op dat gebied blijven toch zijn interesse houden.

Hij besluit banking & insurance (Benkis) te benaderen en dan gaan de zaken snel: hij kan vrijwel direct starten in een nieuwe opdracht bij een lokale bank. Als die opdracht nog niet afgelopen is, heeft hij alweer een nieuwe. Een ondernemend type, die Richard. Het mooie aan detacheren is dat je ook veel ruimte hebt om mensen echt te helpen. Toen er in de overgang van de ene naar de andere opdracht een collega overleed, kon Richard in zijn flexibele rol goed helpen. Dan kan je een verschil maken. Bovendien geef je als tijdelijke kracht jouw frisse kijk op dingen, wat binnen de lokale bank mooie resultaten op kan leveren. Daarbij is het voor je eigen ontwikkeling goed om steeds weer nieuwe mensen te leren kennen en je horizon te verbreden.

Als ik hem vraag waar hij trots op is, geeft hij stralend antwoord: zijn vrouw en kinderen, het behalen van zijn Msc, zijn boerderij en John Deere uit ’69… Ja, we mogen best wat trotser zijn op wat we doen. Ook binnen de bank. In alles wat Richard vertelt, klinkt vooral zijn enthousiasme door. Hij zegt heel vanzelfsprekend dat je er niets aan hebt om bij de pakken neer te zitten. Als hij zegt dat hij makkelijk praten heeft, vraag ik me toch af waarom hij dat zo voelt. Want hij is toch een self-made man. Moet iedereen dan zo makkelijk praten hebben? Volgens hem zelf is het positief vooruitkijken hem met de paplepel ingegoten. Een mooie basis hiervoor waren zijn ouders: zij hebben altijd hard gewerkt op het boerenbedrijf en als zelfstandig ondernemer, en hebben hem het vertrouwen in zichzelf gegeven. Nu is dat niet anders: zijn gezin heeft diezelfde functie gekregen. Hij voelt zich gesteund en durft daarmee altijd nieuwe kansen met beide handen aan te pakken.

Wat de toekomst brengt, maakt Richard niet zoveel uit. Hij wil het verschil maken door dicht bij zichzelf te blijven en vooral met veel plezier zijn werk kunnen doen. Als zelfstandige aan de slag, dat is hem te veel rompslomp. Bovendien ervaart hij ook als interim professional flexibiliteit, hij heeft het heft in eigen hand. Misschien gaat hij in dienst bij de bank waar hij nu werkt, of komt er weer een nieuwe opdracht voorbij die hem trekt. “Het komt altijd goed,” concludeert hij met onverzettelijk enthousiasme.

Neem contact op met Jeroen

Directeur Stuur een bericht