De impact van corona op de handhaving

#corona #impact #handhaving

Blog 01 mei 2020 3 min. lezen
DPA-Professionals-coronavirus-impact-handhaving.jpeg

Dit blog is geschreven door Saskia van Reenen, Sr. Bestuursrecht jurist. In een eerder blog schreef zij al over de impact van corona op het bestuursrecht.

Het bestuursorgaan heeft de beginselplicht om handhavend op te treden. De coronacrisis roept hierin vragen op. Levert de crisis een situatie op waarbij niet gehandhaafd moet worden? Moet hierbij rekening worden gehouden met het vaststellen van begunstigingstermijnen? En levert het coronavirus overmacht op? Saskia vertelt.

Een bestuursorgaan mag alleen afzien van handhaving in bijzondere omstandigheden. Dit is het geval als er concreet zicht is op legalisatie. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Sprake van onevenredigheid?

Uit de jurisprudentie van de Raad van State volgt dat er niet snel sprake is van een onevenredige situatie. In een uitspraak van 12 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1880) geeft de Raad van State nog aan dat ziekte van de overtreder geen onevenredigheid oplevert. Of in deze crisis eerder sprake is van onevenredigheid betwijfel ik. Dat kan echter veranderen, omdat niet duidelijk is hoe lang deze situatie gaat duren en of er meer beperkende maatregelen volgen.

Lengte van de begunstigingstermijn

Een meer voor de hand liggende oplossing in deze situatie is om bij het opleggen van een last onder dwangsom na te denken over de lengte van de begunstigingstermijn. Van iemand die een recreatiewoning permanent bewoont, kan wellicht nu niet verwacht worden dat hij op korte termijn een andere woonruimte zoekt. Een bedrijf kan misschien niet op korte termijn voldoen aan de last, omdat het onvoldoende personeel heeft of alle capaciteit moet inzetten omdat het bedrijf in een essentiële behoefte voorziet.

Reeds lopende last onder dwangsommen

Bij reeds lopende last onder dwangsommen kan de overtreder het bestuursorgaan verzoeken om de begunstigingstermijn te verlengen. Bij dit verzoek behoeft het bestuursorgaan niet te beoordelen of er sprake is van tijdelijke onmogelijkheid om aan de last te voldoen. Het bestuursorgaan kan ook zelf middels een wijzigingsbesluit de begunstigingstermijn verlengen. In het geval dat de gemeente zelf beschikt over minder capaciteit is dit een goede optie.

Overmacht

Daarnaast kan de overtreder op grond van artikel 5:34 Awb het bestuursorgaan verzoeken de last op te schorten. Dit kan alleen indien er sprake is van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen. Normaal gesproken worden dergelijke verzoeken niet snel gehonoreerd. De overtreder moet goed onderbouwen waarom hij de last niet kan uitvoeren.

Coronacrisis

Met deze crisis zijn er zeker situaties denkbaar waarin er sprake is van een gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid. Het virus heeft immers een grote impact op de gehele samenleving. Een bedrijf kan te weinig personeel hebben of een particulier wacht op bepaalde goederen of diensten die nu niet geleverd kunnen worden. Ook kan het voorkomen dat het voldoen aan de last in strijd is met de maatregelen die door de overheid zijn opgelost om het coronavirus zoveel mogelijk in te perken. Kan dan van een bedrijf of burger verwacht worden dat zij voldoen aan de last? Het lijkt mij van niet.

Samenwerking van belang

Het is uiteraard wel van belang dat de overtreder die een beroep wil doen op opschorten van de termijn, tijdig bij het bestuursorgaan aan de bel trekt. In deze onzekere tijden is juist samenwerking en oplossingsgericht denken heel belangrijk. De wet geeft niet aan hoe lang de opschorting van de begunstigingstermijn mag zijn. In beginsel dient de begunstigingstermijn zo kort mogelijk te zijn. Het meest praktische en ook minst belastend voor het bestuursorgaan, is om in een keer een langere termijn vast te stellen i.p.v. het risico te lopen in een later stadium nog een keer opschorting te moeten verlenen.

Invorderen van dwangsommen

Een andere optie zou kunnen zijn om op basis van overmacht geen verbeurde dwangsommen in te vorderen. Uit de jurisprudentie van de Raad van State blijkt dat overmacht een uitzondering is op het uitgangspunt dat verbeurde dwangsommen ingevorderd (moeten) worden. De overtreder moet wel kunnen aantonen dat er sprake is van overmacht en dient dit zo spoedig mogelijk bij het bestuursorgaan te melden.

Het zijn voor iedereen moeilijk en onzekere tijden, maar het bestuursrecht biedt voor bestuursorganen nog voldoende mogelijkheden om hun werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Samenwerking en flexibiliteit tussen het bestuursorgaan en de burger is van groot belang, zeker nu.

Neem contact op met Yannick

Recruiter Stuur een bericht