Christiaan is 34 jaar en getrouwd met Sarah Nienke van Voorthuisen. Hij werkt als Managing Counsel bij NN Investment Partners (het vroegere ING Investment Management) waar hij in 2011 begon. Daarvoor was hij als Senior Policy Advisor betrokken bij onderhandelingen tussen ABN Amro, RBS en Santander in verband met het splitsen van ABN AMRO, Strategy Consultant bij Deloitte en Legal Counsel bij Philips.

Vier feiten over ChristiaanFoto_Christiaan

Wat is het beste restaurant waar je gegeten hebt? Ik ben er slechts één keer geweest, maar het staat met stip op nummer 1: Caprice in Hong Kong. Dat komt mede door de voorgeschiedenis. We aten daar aan het einde van onze huwelijksreis, na vijf weken reizen door China met veel heerlijk, maar eenvoudig Chinees eten. Dit was de perfecte afsluiting van een prachtige reis.

Heb je een lievelingsfilm? Misschien wat zwaar op de hand, maar erg indrukwekkend vond ik Requiem for a Dream. Een treurig, indrukwekkend verhaal over een aan heroïne verslaafde jongen. Veel meer kan ik er niet over zeggen zonder spoilers, maar ga vooral kijken!

Wat is je meest indrukwekkende sportprestatie? Ik mag hopen dat die nog behaald moet worden.

Wat is de beste kroeg van Amsterdam? Bar Oldenhof op de Elandsgracht. De gordijnen zijn altijd dicht, je moet aanbellen om binnen te komen en het aantal tafeltjes is beperkt. Een cocktailbar waar alles wat in de cocktail gaat van heel goede kwaliteit is. Eigenlijk zou ik de bar niet moeten noemen, dan is er nog minder vaak plek… Van Puffelen is ook erg leuk!

Waar zou je nog eens terug willen? Naar China, de cultuur is daar zo anders, de mores, het rauwe kapitalisme. Een prachtig land, divers, bizar qua uitersten. Xian vond ik heel mooi. In die stad staat in het oudste gedeelte een moskee uit de 8ste eeuw.. Van binnen is de Koran uitgeschreven op grote houten panelen. Ontzettend indrukwekkend.

Heb je weleens overwogen iets heel anders te gaan doen?

Voordat ik met rechten begon, studeerde ik een half jaar theoretische informatica. De liefde voor cijfers was echter niet groot genoeg en de keuze om notarieel, ondernemings- en fiscaal recht te gaan studeren was weloverwogen. Tijdens mijn stage werd ik uitgenodigd om voor Philips te gaan werken. Daar heb ik een prachtige tijd gehad. Maar de vraag of ik misschien niet toch wat moest doen met het feit dat ik kan rekenen bleef knagen. Was consultancy geen gemiste kans? Vervolgens heb ik vier maanden als strategy consultant gewerkt. Toen kwam er een ‘opportunity too good to be true’ voorbij bij de overheid. Maar het was een heel goede exercitie; doordat ik consultancy een kans heb gegeven, wist ik zeker dat ik in het juridische wilde blijven.

Wie inspireert jou?

Christopher Hitchens was een journalist en filosoof. Een luis in de pels van alles wat met religie te maken heeft. Ik ben het lang niet altijd eens met de scherpheid van zijn argumenten, of de mate waarin hij je gedachten stuurt, maar om te zien hoe hij redeneert, hoe erudiet, weloverwogen en welbespraakt hij is, dat is een grote inspiratie. Zijn debat met Tony Blair en dat met Ann Widdecombe en Archbishop Onaiyekan zijn zeer de moeite waard om eens te bekijken. Hij was zo intelligent dat hij de argumenten van zijn tegenstanders vaak al verwerkte (en fileerde) in zijn rede. Ik zal nooit zo scherp en erudiet worden, maar ik probeer mijn gedachten te laten gaan over welke wendingen een verhaal kan nemen voordat ik een gesprek begin.

En heb je ook een voorbeeld?

Brian Greene, professor aan Columbia University als theoretisch fysicus. Wat ik als bètastudent altijd lastig vond was de kwantummechanica (laat staan de superstring-theorie). Greene heeft The Elegant Universe geschreven waarin hij dit concept begrijpelijk maakt voor leken. Je moet wel doorlezen hoor, in ‘the train of thought’ blijven. Maar het feit dat hij zulke materie kan uitleggen, is fantastisch. Daar probeer ik in het dagelijks leven zeker wat mee te doen. Wij juristen kunnen ook verzinken in lastig taalgebruik, ik probeer het zo simpel mogelijk te houden. Zij het op een bescheiden manier, want de materie die ik probeer uit te leggen is over het algemeen genomen letterlijk en figuurlijk geen hogere wiskunde.

Waarin zit voor jou de uitdaging in je werk?

Ik ben vrij analytisch van aard. Dat is misschien ook de reden van mijn bèta-achtergrond. Maar om een probleem heel analytisch te ontleden… ik doe het wel, maar het prikkelt me niet echt. Voor mij ligt de uitdaging in de breedheid van onderwerpen en de verdieping in aanpalende gebieden, zodat je een breed geschoolde jurist wordt. Ik hou ervan als de variëteit van problemen die ik op mijn bureau krijg zo uiteenloopt dat de paralellen bijna nul zijn. Ik geloof ook dat mijn toegevoegde waarde is dat ik goed met andere afdelingen van het bedrijf kan samenwerken en begrijp wat voor hen de belangrijkste issues zijn.

Je werkt met veel verschillende nationaliteiten, vormt taal weleens een barrière?

De voertaal bij ING Investment Management is Engels. De ervaringen verschillen per nationaliteit. Werken met Amerikanen is bijvoorbeeld aanmerkelijk makkelijker dan met Britten. De taal, of terminologie is op zich het probleem niet, het is de Engelse understated manier van formuleren die voor verwarring kan zorgen. Je moet erg tussen de regels door lezen en letten op de intonatie om te begrijpen wat er precies gaande is. ‘Well, that’s an interesting notion…’ kan betekenen: ‘Ik heb nog nooit zoiets doms gehoord’, maar ook: ‘We parkeren het even en komen er later op terug.’ Hun eufemismes kunnen zo verschillend geïnterpreteerd worden. Nederlanders hebben daar over het algemeen niet zoveel moeite mee, maar bij temperamentvolle nationaliteiten die het Engels minder machtig zijn, kan dat nog weleens tot een emotionele uitbarsting leiden.

Het raarste wat ik ooit heb meegemaakt is dat ik maar geen commentaar kreeg op een Engelstalig contract dat ik had opgestuurd naar een Duitse advocaat. Op enig moment vroeg ik of ik nog een reactie kon verwachten. Daarop gaf deze advocaat aan dat ze het contract niet konden beoordelen, omdat het in ‘Fremdsprache’ was opgesteld. Dit was een extreem geval, maar misschien zouden deze landen moeten overwegen wat minder na te synchroniseren.

Op welke vraag zou je wel antwoord willen als je opnieuw zou solliciteren?

Tja… mijn carrièrewensen waren wel redelijk duidelijk, de financiële zaken, work-life balance , en de inhoud van mijn werkzaamheden ook. Het is lastig omdat ik er – toen ik in 2011 bij ING Investment Management solliciteerde – geen eenduidig antwoord op had kúnnen krijgen, maar ik had graag meer duidelijkheid willen hebben over de onrustige periode die het bedrijf doormaakte. De mate waarin ING Investment Management onderhevig was aan de wensen van de Europese Commissie was groot. Dat had een enorme impact op het bedrijf en de juristen die er werken omdat de gehele bedrijfsvoering enorm veranderde. Hoe zich dat zou ontwikkelen was op het moment dat ik solliciteerde nog niet duidelijk. Verandering in een bedrijf is naar mijn mening per definitie bijna altijd goed. Het schudt mensen wakker. Maar het heeft ook een schaduwzijde: je kunt niet consistent bouwen aan iets wat continu verandert; strategische plannen werden, terwijl ze nog uitgevoerd moesten worden, alweer achterhaald door de ontwikkelingen waaraan ze onderhevig waren. Sinds anderhalf jaar zijn we in veel rustiger vaarwater beland.

Hoe zie je jouw toekomst?

Inhoudelijk gezien zit ik nu dusdanig in de materie dat ik me zeker voel, daardoor heb ik tijd voor andere dingen: interactie met andere disciplines, maar ook met mensen die wat minder ervaring hebben. Ik hoop mensen te kunnen prikkelen om ook meer open te staan voor andermans ideeën. Wat ik merk – en waar ik me zelf ook af en toe aan schuldig maak- is dat je op voorhand al bepaalde aannames kan hebben. Dat is eigenlijk dodelijk voor alles. Juist door inlevingsvermogen te tonen in andere disciplines, zie je dat de oplossing vaak ergens in het midden te vinden is. Aangezien ik het leuk vind en ervan geniet een brug te zijn tussen het juridische en het niet-juridische, weet ik ook dat dat de richting is waar ik nu op wil. Het is mijn voorland, maar wanneer en hoe ik dat doel ga bereiken is op dit moment nog niet duidelijk.

Als jouw bedrijf zou mogen innoveren, waar valt dan nog een slag te slaan?

Wij mogen niet alleen, wij moeten innoveren. De financiële sector is zo aan verandering onderhevig dat we niet het bedrijf kunnen blijven dat we waren in 2011 en daarvoor. Sinds ik hier werk gaat er geen moment voorbij dat er niet iets heel groots aan het veranderen is. Onze professionele klanten – pensioenfondsen, verzekeraars, private wealth funds – hebben allerlei nieuwe kwaliteitsverplichtingen op basis van financiële wetgeving waar ze aan moeten voldoen. Ze moeten begrijpen waar ze in beleggen en meer in control zijn van hun risico’s en daarover heel exact kunnen rapporteren. De systemen daarvoor inrichten is een immense hoeveelheid werk, daar wordt op dit moment heel hard aan gewerkt. Wij hebben aparte juristen voor regulatory affairs die fulltime bezig zijn met de ontwikkelingen in Nederland en Europa. Zelf word ik hier ook dagelijks mee geconfronteerd: wat heeft mijn klant nodig om aan de regels te voldoen? Of beter: wat denk ik dat mijn klant nodig heeft. Want dat is meteen een probleem; er is heel veel druk om aan de regels te voldoen, maar het is in veel gevallen nog niet helemaal duidelijk wat de wet nou precies voorschrijft. Het is een enorme uitdaging om ons te focussen op wat we kunnen realiseren en tegelijkertijd verzoeken die uit angst (om niet te voldoen) geboren zijn te onderscheiden van valide verzoeken.

Waar gaat het heen met de bedrijfsjurist?

Het werk wordt steeds complexer. Met name in de financiële sector worden er zo veel verplichtingen opgelegd en checks and balances ingebouwd dat het heel moeilijk wordt om een ‘simpel’ businessvoorstel snel te beoordelen. Om deze voorstellen te laten slagen binnen het gestelde eisenpakket is goede samenwerking vereist tussen de bestuurders en de bedrijfsjuristen. Bedrijfsjuristen moeten affiniteit hebben met en onderdeel zijn van de business. Ze moeten ook de juiste legal mindset vinden: Als jij als jurist een stuk leest, lees je het anders dan wanneer je het als econoom leest, je let op andere dingen. Als je de discussie vanuit jouw inzicht voert maar open staat voor het inzicht van de andere betrokkenen, is dat vaak al voldoende om een oplossing te vinden. C’est le ton qui fait la musique, ga er niet te rigide in. Zeg nee als je niet anders kan, niet omdat er te weinig tijd is. Ondernemen is risico nemen en dat betekent dat je op juridisch gebied ook een weloverwogen risico moet kunnen nemen. Het leuke aan mijn huidige werkgever is dat men erg ontvankelijk is voor juridisch advies. We worden snel gevraagd en er wordt goed geluisterd. Dat ademt door de hele organisatie.

Tip van Christiaan:

Houd een open geest, dan haal je veel meer plezier uit je werk.